Opdrachten


Monitor Wet dwangsom
De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (de Wet dwangsom) is op 1 oktober 2009 in werking getreden. Deze wet regelt dat als een bestuursorgaan niet binnen de wettelijke of een redelijke termijn een beslissing op een aanvraag neemt, de burger recht heeft op een geldbedrag. Ook kan de burger dan direct in beroep gaan zonder eerst bezwaar te maken tegen het uitblijven van de beslissing.
De invoering van de wet heeft belangrijke gevolgen voor gemeenten. Alle gemeenten hebben zich moeten voorbereiden op de wet en hebben organisatorische en procedurele maatregelen moeten treffen om de doorlooptijden van besluiten te bewaken en eventueel te bekorten. Daarnaast lopen gemeenten financiële risico's als ze niet in staat blijken te zijn om binnen de geldende termijnen besluiten te nemen.
BMC Onderzoek voert in 2010 en 2011 in opdracht van het ministerie van BZK de Monitor Wet dwangsom uit. Deze monitor moet inzicht opleveren in de uitvoeringspraktijk (ervaringen en knelpunten) van de Wet dwangsom bij gemeenten. De monitor wordt uitgevoerd door middel van een internetenquête onder alle gemeenten. Het onderzoek moet aanbevelingen opleveren voor gemeenten en de wetgever. Om het onderzoek te begeleiden is een breed samengestelde bestuurlijke monitorcommissie en een ambtelijke begeleidingsgroep in het leven geroepen.

Evaluatie Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland
De veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland functioneert twee jaar. Binnen de regio functioneert een veiligheidsbureau. In opdracht van het bestuur van de veiligheidsregio heeft BMC een evaluatie-onderzoek uitgevoerd naar
de besluitvormingsstructuur en de multidisciplinaire en regionale samenwerking binnen de regio. Daarbij is tevens aandacht besteed aan de positionering, de omvang en de kosten van het veiligheidsbureau. BMC heeft hiertoe een onderzoeksteam ingezet met expertise op de gebieden evaluatie, veiligheid, organisatie, intergemeentelijke samenwerking en financiën.

Volgens BMC is binnen korte tijd is veel bereikt op het gebied van het opzetten, inrichten en doen functioneren van de veiligheidsregio en, annex daaraan, het regionaliseren van de brandweer. De komende twee jaren is volgens BMC aandacht nodig voor:
• Het versterken van de regie door de gemeenten op het functioneren van het
geheel van de veiligheidsregio en het regionaal college.
• Het versterken van de verbinding tussen de burgemeesters en de hoofden van de operationele diensten, met meer focus door het bestuur (de burgemeesters) op het geven van richting aan en focus voor de ambtelijke organisaties.
• Het nemen van meer tijd voor reflectie, in eerste instantie door het bestuur van de veiligheidsregio en vervolgens ook door de stuurgroepen.
• Het zetten van stappen om een koers voor de middellange termijn te bepalen.
• Het verhelderen van de aansturingrelaties binnen de veiligheidsregio.
• Het stapsgewijs verder uitdunnen van het vergadercircuit.
• Het betrokken houden van de gemeenteraden bij de hoofdlijnen van de veiligheidsregio.

Het bestuur van de veiligheidsregio heeft deze aanbevelingen overgenomen.

Sturing en controle op ICT kosten
De scheiding tussen budget- en uitvoeringsverantwoordelijkheid bij raden en colleges zijn af en toe wat diffuus binnen gemeenten. De rekenkamercommissie van een Drenthse gemeente heeft BMC gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijkheden van de raad om de doelmatigheid te controleren van de ICT-budgetten die zij beschikbaar heeft gesteld. Concreet gaat het om de vraag: welke (deel-)budgetten heeft de raad beschikbaar gesteld, wat waren de doelen waarvoor de raad ICT-budget beschikbaar heeft gesteld, en in hoeverre is voor de raad inzichtelijk hoe doelmatig de beschikbare gelden besteed zijn? Daarnaast dient het onderzoek aanknopingspunten op te leveren voor verbetering van sturing en controle in dit domein.

 

Integraal participatiebeleid voor plattelandsgemeente

Een plattelandsgemeente uit Noord-Nederland heeft de ambitie een integraal participatiebeleid te voeren. Dit beleid is gericht op het voorkomen en bestrijden van sociale uitsluiting van haar inwoners en schept voorwaarden voor een (beter) toekomstperspectief voor iedere inwoner van de gemeente. Bewust is ervoor gekozen over te stappen van de term armoedebeleid naar participatiebeleid. De gemeente heeft SGBO gevraagd een onderzoek naar het lokale armoedebeleid uit te voeren, waarbij de grootte en aard van de doelgroep, het (niet) gebruik van bestaande voorzieningen, de effecten van het gevoerde armoedebeleid en de mogelijkheden voor een integraal participatiebeleid in beeld gebracht worden. Ook werd SGBO gevraagd aanbevelingen te doen om het gebruik van inkomensondersteunende en participatiebevorderende voorzieningen te verbeteren en te komen tot een integraal participatiebeleid.

Lees meer >>>

Onderzoek vergelijking inburgeringskosten tussen gemeenten
In opdracht van de gemeente Amsterdam voert BMC onderzoek uit naar de kosten voor inburgeringstrajecten en de verschillen hierin tussen gemeenten. Aanleiding was een constatering in het tv-programma NOVA van grote verschillen in kosten tussen Amsterdam en andere gemeenten.
Een tussentijdse rapportage leert dat niet alleen de kosten sterk uiteen lopen, maar ook de inhoud van de trajecten veel verschillen vertoont tussen gemeenten. Zo heeft Amsterdam een uitgebreider pakket dan andere gemeenten en verschilt het aantal lesuren opmerkelijk.
Lees meer >>>

Parlementair onderzoek Onderwijsvernieuwingen - commissie Dijsselbloem
De onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen van de Tweede Kamer, commissie Dijsselbloem, verleende aan BMC de opdracht het onderzoek te coördineren naar de ervaringen met dertig jaar onderwijsvernieuwing. De BMC-onderzoekers waren de penvoerders van het onderzoeksrapport ‘Tijd voor onderwijs'.

Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg
In 2009 wordt de Wet op de jeugdzorg geëvalueerd. Het evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd door BMC. De meeste nadruk zal liggen op de cliëntgerichtheid, de ketengerichtheid en de kracht van sturing en beheersing van het stelsel. De kern van het onderzoek bestaat uit een documentenanalyse, een feitenonderzoek in samenwerking met alle provincies / stadsregio's en bureaus jeugdzorg en een verdiepend onderzoek in vier provincies / stadsregio's.

 

Web 2.0 als leermiddel
In opdracht van Kennisnet van het ministerie van OCW verrichtte BMC onderzoek naar het gebruik van informele leermiddelen en Web 2.0 door leerlingen van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Het onderzoek verschafte inzicht in de mate waarin informele leermiddelen voor de leerprocessen worden gebruikt en Web 2.0 wordt toegepast door leerlingen. Ook de resultaten van dit gebruik kwamen door het onderzoek aan het licht.

Evaluatie waterschapsverkiezingen 2008
De Unie van Waterschappen gaf opdracht tot de evaluatie van de in 2008 gehouden waterschapsverkiezingen. Het onderzoek gaf inzicht in het proces dat tot de landelijke verkiezingen heeft geleid. Het biedt de Unie de basis voor verdere oordeelvorming en leren. De evaluatie geeft een analyse van de feiten en leidt tot conclusies en aanbevelingen voor volgende verkiezingen. Daarnaast is een inventarisatie en analyse gemaakt van opvattingen en ervaringen van de waterschappen over landelijke samenwerking bij de huidige wettelijke verkiezingsmethode. Ook de voor- en nadelen van centraal/decentraal werden bij deze analyse betrokken.

Fins gastheergemeentemodel
In het kader van een breed opgezet onderzoeksproject rond decentralisatie verrichtte BMC onderzoek naar nieuwe vormen van gemeentelijke samenwerking. Dat gebeurde in opdracht van een platform van middelgrote gemeenten. Specifiek is gekeken naar een nieuwe vorm van samenwerking in Finland (gastheergemeentemodel) en de toepasbaarheid daarvan voor Nederland. In het verlengde van het onderzoek vond een studiereis plaats naar Finland en werd het ‘gastheergemeentemodel' uitgewerkt voor Nederlandse gemeenten.

Onderzoek naar toekomstbestendigheid van Nederlandse en Duitse gemeenten
Samen met twee Nederlandse universiteiten, een Duitse universiteit en instituut voor grote-stedenvraagstukken onderzoekt BMC hoe Nederlandse en Duitse gemeenten inspelen op lange-termijnontwikkelingen en hoe ze hun concurrentiekracht versterken. In het onderzoek worden Nederlandse en Duitse gemeenten paarsgewijs vergeleken, met als doel van elkaar te leren.

Evaluatie internationaal cultuurbeleid
Het internationaal cultuurbeleid is een samenwerking tussen de ministeries voor Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Op verzoek van beide ministeries heeft BMC het beleid geëvalueerd.

Expertonderzoek bestuurskracht
Voor tientallen regio's onderzocht BMC de slagkracht van gemeenten tegen het licht van hun groeiende takenpakket. Deze onderzoeken leidden tot rapportages over de mogelijkheden en wensen van verdergaande samenwerking. BMC identificeerde tevens waar samenwerking leidt tot versterking en verbetering. De adviseurs, onderzoekers, verandermanagers en coaches van BMC combineren bij het bestuurskrachtonderzoek tal van disciplines: organisatiekunde, bestuurskunde, strategisch HRM-beleid, strategisch financieel beleid, bedrijfsvoering en planning en control.

Onderzoek gemeentelijke herindeling
De bestuurlijke toekomst van de gemeenten in een regio in het noorden staat al lange tijd ter discussie. Met het oog op een versnelling van het proces heeft een aantal gemeenten BMC gevraagd om een onderzoek te doen naar hun positie. BMC heeft gekeken naar het opgavenprofiel van de gemeente en naar personeelsformatie en begroting. Daarnaast is in het onderzoeksrapport inzicht gegeven in de beoordeling van de gemeenten op het gebied van bestuur, dienstverlening, participatie in het openbaar bestuur en organisatiebeheer. De gemeenten hebben aan de hand van deze rapportage hun positie bepaald in het herindelingproces van hun regio.

Politieleiderschap: verbinding bovenstroom en onderstroom
BMC participeerde in het onderzoek van de landelijke regiegroep van de politie naar een nieuwe visie op politieleiderschap. Het resultaat is het rapport 'Politieleiderschap: verbinding bovenstroom en onderstroom', dat de huidige stand van zaken op leiderschapsgebied in kaart brengt, toegespitst op de Nederlandse politie. Het rapport bevat concrete aanbevelingen, verbeterpunten en toekomstperspectieven. De publicatie vervult een substantiële rol in het curriculum van het hoger onderwijs op het gebied van (politie)leiderschap.

Haalbaarheidsstudie ketenbrede informatie-uitwisseling jeugdsector
In dit onderzoek, uitgevoerd voor het ministerie voor Jeugd en Gezin, stond in het teken van preventief jeugdbeleid van gemeenten, zoals de geïndiceere jeugdzorg en de justitiële zorg. De vraag stond centraal welke informatie professionals van elkaar nodig hebben en bereid zijn te delen, hoe de automatisering in de jeugdsector ervoor staat en welke juridische (on)mogelijkheden er zijn om informatie uit te wisselen. Het onderzoek heeft een schat aan nuttige informatie opgeleverd, de conclusies en aanbevelingen zijn overgenomen door de minister.

 

Afbeelding Het boek